Bela Lugosi

Deze post is 590 keer bekeken.

Béla Lugosi, artiestennaam van Béla Ferenc Dezső Blaskó (Lugos (Banaat, Hongarije), 20 oktober 1882 – Los Angeles (Californië), 16 augustus 1956) was een Amerikaans-Hongaars acteur. Hij is voornamelijk bekend om zijn rol in de verfilming van Bram Stokers roman Dracula uit 1931. Lugosi werd geboren in dat deel van de Oostenrijk-Hongaarse Banaat dat tegenwoordig bij Roemenië behoort. Hij was de jongste van vier kinderen van een bakker, zo stond tenminste oorspronkelijk in het geboorteregister. Later werd het beroep van zijn vader doorgekrast en werd er bankier van gemaakt. Tot op heden is het nog steeds onduidelijk of het echt om een vergissing ging, of Lugosi misschien zelf heeft getracht zijn bescheiden afkomst te verdoezelen, iets wat hij later wel vaker zou doen. Lugosi was een slechte leerling en zou zijn middelbare school nooit afmaken. Eenmaal aangekomen in Amerika zou hij zelfs veinzen dat hij op de prestigieuze universiteit van Oxford had gestudeerd. Voor de Eerste Wereldoorlog begon hij in Hongarije zijn acteercarrière op het toneel met verscheidene Shakespeare-stukken. Al snel werd hij één van de meest gerespecteerde acteurs op de planken van Boedapest en werd ook wel ‘de Oost-Europese Laurence Olivier’ genoemd. Tijdens de oorlog was hij officier in het Oostenrijks-Hongaarse leger. Hij ontmoette in deze periode zijn eerste vrouw, Ilona Szmik. In 1919 verhuisde hij samen met haar naar Duitsland waar hij een paar jaar filmwerk verrichtte. Hij speelde er onder meer mee in Der Januskopf uit 1920, een verloren gegane film van Friedrich Wilhelm Murnau en meteen de eerste bewerking van Dr. Jeckyll and Mr. Hyde. Een jaar later zou diezelfde regisseur ook Nosferatu maken, meteen de eerste verfilming van het Dracula-verhaal. Het huwelijk met Szmik hield niet lang stand en liep op de klippen toen zij besloot terug naar Boedapest te trekken. Ondanks een sterke reputatie in Duitsland besloot Lugosi naar Amerika te emigreren om er zijn geluk te beproeven. In 1920 kwam Lugosi aan in New Orleans, berooid en de Engelse taal niet machtig. In december van dat jaar kwam hij in New York aan, waar hij een theatergezelschap stichtte in de Hongaarse gemeenschap: ‘The Red Poppy’ of ‘de Rode Papaver’. In 1931 werd hij Amerikaans staatsburger. Ook in de VS deed hij filmacteerwerk (hij speelde zijn eerste Amerikaanse filmrol in 1923), maar ook nog steeds toneeluitvoeringen. Voor hij wereldberoemd werd met zijn vertolking van Graaf Dracula in een filmproductie van Bram Stokers klassieke vampierverhaal, vertolkte hij deze rol reeds in het gelijknamige toneelstuk op Broadway. Men kon zich namelijk geen grote namen veroorloven om als de graaf in te zetten en Lugosi voldeed perfect aan de eisen: een donkere, mysterieuze vreemdeling met een voor die tijd aanzienlijke seksuele aantrekkingskracht. De rol van de graaf in de verfilming door Tod Browning uit 1931 was eerst voorbehouden voor Lon Chaney, de horrorster uit het tijdperk van de stomme films, maar door diens plotse dood (hij had keelkanker) kreeg Lugosi de rol toch te pakken. Zijn vertolking maakte van de prent – die volgens vele critici nochtans erg chaotisch en ondoordacht gefilmd werd – een overdonderend succes. Hij kreeg naar verluidt zelfs meer fanmail dan ‘The King of Hollywood’ Clark Gable!. Hij ontwikkelde een reputatie als rokkenjager omdat hij vrouwen als speelgoed versleet. Hij zou talloze buitenechtelijke verhoudingen onderhouden hebben en zou vijf keer trouwen voor zijn dood in 1956. Toen hij naar Amerika trok, trouwde hij er met Ilona von Montagh. Dit huwelijk hield 2,5 jaar stand. Het volgende huwelijk, met de jonge Beatrice Weeks werd na vier dagen ontbonden. Zijn langste huwelijk werd voltrokken in 1933, met Lilian Arch, een jongedame uit een rijke Hongaars-Amerikaanse familie. Zij schonk hem een zoon, Béla Lugosi Jr.. Het huwelijk met Arch hield twintig jaar stand. Toen eind 1931 Frankenstein in de zalen verscheen, had plotseling niemand het nog over Lugosi. Boris Karloff was de nieuwe ster aan het horrorfirmament en in de komende decennia zouden de twee acteurs een paar keer samenspelen in verschillende films, terwijl de studio’s een scherpe rivaliteit tussen de twee als publiciteitsstunt voorstelde. Lugosi zou later beweren dat hij de rol van het monster van Frankenstein had geweigerd omdat hij een niet-sprekende rol te minnetjes vond voor zijn acteertalenten, maar dat werd ontkracht toen lekte dat zijn screentests er naar verluidt belachelijk uitzagen en Robert Florey – de regisseur die oorspronkelijk met Frankenstein belast was – werd ontslagen. Hoe meer Karloff en Lugosi samen speelden, hoe sterker laatstgenoemde overschaduwd zou worden. Een andere factor die bijdroeg tot Lugosi’s val in ongenade waren zijn vermoede banden met het communisme. Na de Eerste Wereldoorlog zou Lugosi een onderdeel zijn geweest van de Hongaarse afsplitsing van de Russische Communistische Partij. Over deze periode in zijn leven zou hij later erg vaag gaan doen. Hij werd zelfs even een lid van de Hongaarse regering, als hoofd van een afdeling die de rechten van theateracteurs moest beschermen. Hij vaardigde in die hoedanigheid een edict uit dat de Rode Garde van Lenin geen ondergoed van acteurs in beslag mochten nemen. Hoe ver de Communistische invloed van Lugosi reikte in Amerika is niet bekend, maar het nieuws van zijn vermoede betrokkenheid rond anti-Amerikaanse praktijken was genoeg om een schokgolf doorheen de studio’s te sturen en Lugosi op alle mogelijke zwarte lijsten te plaatsen. Alsof hij het al niet moeilijk genoeg had om werk te vinden, betekende Frankenstein VS. The Wolf Man de definitieve doodsteek voor zijn carrière. Hierin speelt hij een soort tekenfilmversie van het monster, dat we later ook met hem zouden associëren: een houterige robot met strak vooruitgestoken armen, geenszins verband houdend met het monster dat Karloff ooit zo geniaal subtiel, maar toch onderhuids dreigend had gespeeld. Vanaf dat moment werd Lugosi van een gerespecteerd acteur herleid naar een soort kermisattractie, en trad op als graaf Dracula in low-budget toneelstukjes doorheen de Verenigde Staten. Hij mocht de rol nog een allerlaatste keer spelen in Abbott & Costello Meet Frankenstein, nog een relatief waardige afsluiter, aangezien deze prent wordt gezien als de beste horrorkomedie ooit gemaakt. In diepe financiële problemen, met een pasgeboren zoontje en een huwelijk dat op wankelen stond, begon de acteur een verslaving te ontwikkelen aan cognac en morfine. Dat werd pijnlijk duidelijk wanneer hij nog sporadisch op het scherm verscheen in tv-spotjes. In de laatste fase van Lugosi’s carrière was hij bevriend met Edward D. Wood Jr.. Deze jonge regisseur wilde naam in Hollywood als regisseur van sciencefiction en horrorfilms, maar zou later bekend komen te staan als de slechtste Hollywoodregisseur aller tijden. Lugosi zou nog rollen spelen in Woods films Bride of the Monster en Glen or Glenda. De vriendschap tussen Wood en Lugosi werd in 1994 verfilmd door Tim Burton in zijn film Ed Wood. In 1954 besloot Lugosi de geruchtenmolen zelf de mond te snoeren en kwam openlijk uit voor zijn morfineverslaving. Hij liet zich opnemen in een ontwenningskliniek en kwam daar succesvol weer uit, waarna hij een legendarisch interview gaf als de eerste Hollywoodacteur die ooit openlijk voor zijn drugsverslaving is uitgekomen. Inmiddels al over de 70 trouwde Lugosi nog een laatste keer op 25 augustus 1955 met Hope Lininger, een Draculafan in hart en nieren die hem had geschreven met het onderschrift “A Dash of Hope” (een straaltje hoop) toen hij in de ontwenningskliniek zat. Het huwelijk kwam er echter veel te vroeg, en ze zouden zeker gaan scheiden, ware het niet dat Lugosi zou overlijden voor hij de kans kreeg de papieren te tekenen. Lugosi stierf aan een hartaanval op 16 augustus 1956, liggend op een bed in zijn appartement in Los Angeles. Hij was 73 jaar. Lugosi werd begraven droeg een van de “Dracula” cape kostuums, per verzoek van zijn zoon en vijfde vrouw, in de Holy Cross Cemetery in Culver City, Californië. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, Lugosi nooit verzocht om te worden begraven in zijn mantel; Bela Lugosi G. bevestigd bij tal van gelegenheden dat hij en zijn moeder, Lillian, eigenlijk de beslissing hadden genomen, maar gelooft dat het is wat zijn vader had gewild.

Deel dit item met je vrienden

Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on print
Print