Norma Talmadge – in heaven

Deze post is 269 keer bekeken.

Norma Marie Talmadge (2 mei 1894 – 24 december 1957) was een Amerikaanse actrice en filmproducent van het stille tijdperk. Volgens haar geboorteakte werd Talmadge geboren op 2 mei 1894 in Jersey City, New Jersey. Hoewel het op grote schaal is gemeld, werd ze geboren in Niagara Falls, New York, nadat ze sterrenstatus hadden bereikt, gaf ze toe dat haar moeder en zij de meer schilderachtige omgeving van de Niagara Falls aan fanbladen verschaften om meer romantisch te zijn. Talmadge was de oudste dochter van Fred Talmadge, een werkloze chronische alcoholist, en Margaret “Peg” Talmadge, een geestige en ontembare vrouw. Ze had twee jongere zussen, Natalie en Constance, die beiden ook actrice werden. De kindertijd van de meisjes werd gekenmerkt door armoede. Eén kerstochtend, Fred Talmadge verliet het huis om eten te kopen, en kwam nooit meer terug, waardoor zijn vrouw hun drie dochters moest opvoeden. Peg nam de was op, verkocht cosmetica, gaf les in schilderlessen en verhuurd kamers, waardoor haar dochters werden grootgebracht in Brooklyn, New York. Nadat ze haar moeder had verteld over een klasgenoot van de Erasmus Hall High School die model stond voor populaire geïllustreerde liedjes besloot mevrouw Talmadge om de fotograaf te lokaliseren. Ze regelde een interview voor haar dochter, die na een eerste afwijzing al snel werd aangenomen. Toen gingen ze naar het theater om haar debuut te zien, Peg besloot om haar te krijgen in bewegende beelden. Peg Talmadge bracht haar dochter naar de Vitagraph Studios slechts enkele straten verderop van hun huis in de hoop dat ze aangenomen zou worden om in een film te spelen. Breta Breuill die de montage deed voor films regelde voor Norma Talmadge een kleine rol in The Household Pest (1909). Met de hulp van Breuill kreeg Talmadge in de periode 1911-1912 meer dan 100 filmrollen. In 1911 kreeg ze een contract aangeboden. Haar eerste film onder een contract werd Neighboring Kingdom. Ze kreeg voor het eerst aandacht met de drie uur durende verfilming van A Tale of Two Cities die in delen werd uitgebracht in 1911. Talmadge speelde Mimi, een naaister die Sidney Carton bijstaat. Maurice Costello, die de hoofdrol had in de film, hielp haar verder met haar carrière. Vanwege de steeds grotere rollen die ze speelde, kreeg Talmadge meer aandacht van het publiek. Daarnaast ontving ze ook lof van critici. In 1913 was Talmadge uitgegroeid tot de meestbelovende actrice van Vitagraph. In 1915 kreeg Talmadge haar grote doorbraak toen ze een rol kreeg in de vooraanstaande film The Battle Cry of Peace, een anti-Duitse, propagandistische drama. Talmadge’s ambitieuze moeder vond echter dat ze geen vooruitgang boekte bij de studio en regelde een contract voor haar bij National Pictures Company. Hier kreeg ze acht grote filmrollen en verdiende ze $400 per week. Nadat haar laatste film voor Vitagraph, The Crown Prince’s Double, erop zat, verliet Talmadge in 1915 de studio. Ze had vijf jaar bij Vitagraph gewerkt en was in ongeveer 250 films verschenen. In augustus 1915 verliet de familie Talmadge New York om te verhuizen naar Californië. Hier was Talmadge te zien in de film Captivating Mary Carstairs; de set en de kostuums waren echter goedkoop en de film werd een flop. National Pictures ging na het uitbrengen van de film failliet. Gestrand in Californië zat Talmadge zonder werk. Ze probeerde vervolgens een contract te krijgen bij Triangle Corporation waar D.W. Griffith werkte. Door de kracht van The Battle Cry wist Talmadge een contract te krijgen bij Griffiths Fine Arts Company. Talmadge spelde in zeven lange films waaronder The Social Secretary (1916), een komediefilm die werd geschreven door Anita Loos. In haar periode bij Fine Arts, was ze, in tegenstelling tot haar zus Constance, niet in films van Griffith te zien. Toen er aan haar contract een einde was gekomen, keerde Talmadge terug naar New York en richtte ze zich op Broadway. Hier ontmoette ze regisseur Joseph M. Schenck die in die tijd plannen maakte om zijn eigen films te realiseren. Deze deed haar een huwelijksaanzoek en bood haar hun eigen studio aan. Ze trouwden uiteindelijk op 20 oktober 1916. Samen met haar moeder had Schenck de complete controle over haar carrière. In 1917 vormde het koppel de Norma Talmadge Film Corporation. Schenck beloofde van Talmadge de grootste ster ooit te maken. Haar eerste film voor de studio werd Panthea (1917), een inmiddels verloren gegane film. De film werd een sensatie. In de periode 1917-1921 maakte ze ongeveer vier succesvolle films per jaar. Talmadge werd opgemerkt door haar modesmaak, die terugkwam in de films. Als resultaat hiervan had ze een maandelijks stukje in het tijdschrift Photoplay. Talmadges films werden enorme kassuccessen. Toen de film The New Moon (1919) in première ging, was de zaal zó vol, dat er geen ruimte meer was voor de gezusters Talmadge. In de jaren ’20 bleef Talmadge haar status in de publiciteit houden en acteerde ze nog altijd in succesvolle films. Smilin’ Through (1922) is een van Talmadges meest memorabele films uit die tijd. De film kreeg twee remakes, waar Norma Shearer en Jeanette MacDonald de hoofdrollen in hadden. De film werd Talmadges populairste film. Nadat Smilin’ Through werd uitgebracht, sloot Schenck de studio, waarna Norma en Constance naar Hollywoodverhuisden, waar toentertijd Natalie met Buster Keaton acteerde in films. Talmadges films in Hollywood waren nog grootser en gevarieerder in genres. Ze werkte samen met bekende regisseurs, waaronder Frank Lloyd, Clarence Brown en Frank Borzage. In 1923 werd Talmadge in een opiniepeiling uitgeroepen tot de grootste filmster. Ze verdiende 10.000 dollar per week en kreeg tot meer dan drieduizend brieven per week van bewonderaars. Ook voor haar volgende film, Secrets(1924), kreeg Talmadge uitstekende kritieken. Talmadge kreeg de bijnaam “The Lady of the Great Indoors”. Ook werd er gezegd dat niemand beter dramatische rollen kon spelen dan Talmadge. Joseph Schenck werd in 1924 een van de bazen van United Artists, maar Talmadge had nog steeds een contract bij First National. Ze bleef in bekende films spelen. In 1927 begon Talmadge een traditie door per ongeluk in nat cement te stappen bij de Grauman’s Chinese Theater. Talmadges laatste film voor First National werd Camille (1926), een film die in 1936 opnieuw werd gemaakt met Greta Garbo in de hoofdrol. Tijdens het filmen van Camille werd Talmadge verliefd op tegenspeler Gilbert Roland waarna ze een scheiding aanvroeg bij Joe Schenck. Hij wilde haar deze niet geven, maar ze gingen wel uit elkaar. Desondanks werden de volgende films waarin Talmadge te zien was uitgebracht door United Artists, waar Schenck werkte. De studio kreeg echter financiële problemen, waardoor Talmadge niet veel aandacht meer kreeg. Haar populariteit daalde en haar films flopten. Toen haar volgende film, Woman Disputed (1928), werd uitgebracht, was de geluidsfilm al geïntroduceerd. Al snel lieten alle filmstudio’s de stomme film achter zich en maakte alleen nog maar ruimte voor geluidsfilms. Talmadge nam daarom stemlessen. Na een voorbereiding van een jaar lang, verscheen ze in 1929 in haar eerste geluidsfilm, New York Nights. Talmadge bleek, in tegenstelling tot wat geloofd werd, geen Brooklynse stem te hebben. Ze kon wel degelijk normaal spreken en haar acteerprestaties werden ook geaccepteerd. De film werd echter een flop, waardoor Talmadge begon te zoeken naar een grote film. In 1930 was ze te zien in DuBarry, Woman of Passion. Talmadge bleek in deze film toch niet ervaren genoeg te zijn voor de geluidsfilm, waardoor de film flopte. Het publiek bleek ook niet meer geïnteresseerd te zijn in sterren uit de stomme film en Talmadge werd als te oud beschouwd. Volgens haar contract moest ze nog in twee films spelen. Ze vroeg echter of haar contract beëindigd mocht worden. Hierdoor werd DuBarry, Woman of Passion haar laatste film. Nadat Talmadge de filmindustrie achter zich liet, trok ze zich ook terug uit alles wat met de film of met Hollywood te maken had. Ze trouwde niet met Gilbert Roland. Haar moeder werd ziek in 1931 en stierf uiteindelijk in 1933. In 1932 ontmoette ze komiek George Jessel. Nadat Schenck Talmadge haar scheiding in april 1934 gaf, trouwde Talmadge negen dagen later met Jessel. Jessel had een radioprogramma dat niet een groot publiek wist te lokken. Daarom nodigde hij Talmadge uit voor meerdere gastrollen. Het programma werd uiteindelijk van de radio gehaald. Jessel en Talmadge scheidden in 1939. Haar vermogen was zo groot dat de gezusters Talmadge geen geldproblemen hadden. In 1946 trouwde Talmadge met Carvel James. Talmadge, die zich nooit comfortabel voelde om het middelpunt van de aandacht te zijn, trok zich volledig terug uit de media. In toenemende mate verlamd door pijnlijke artritis en naar verluidt afhankelijk van pijnstillers, verhuisde ze naar het warme klimaat van Las Vegas voor haar laatste jaren. In 1956, werd zij gestemd door haar edelen als één van de hoogste vijf vrouwelijke sterren van het pre-1925-tijdperk, maar was te ziek om naar Rochester, New York te reizen, om haar toekenning te aanvaarden. Na een aantal beroertes in 1957 overleed Talmadge op kerstavond van dat jaar aan longontsteking op de leeftijd van 63 jaar. Op het moment van haar overlijden, werd haar nalatenschap gewaardeerd op meer dan US $ 1.000.000 (ongeveer $ 8 miljoen in 2012). Ze is begraven met Constance en Natalie in hun eigen nis in de Abbey of the Psalms op de Hollywood Forever Cemetery. Voor haar bijdrage aan de filmindustrie heeft Norma Talmadge een ster op de Hollywood Walk of Fame op 1500 Vine Street.

Deel dit item met je vrienden

Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on print
Print