Julia Lee – in heaven

Deze post is 648 keer bekeken.

Julia LeeJulia Lee (Boonville, 31 oktober 1902 – San Diego, 8 december 1958) was een Amerikaans jazz en blueszangeres en pianiste. Op haar repertoire stonden behoorlijk wat dirty blues-songs. Lee groeide op in Kansas en was een zus van de latere bandleider George E. Lee. Ze musiceerde al als kind, bijvoorbeeld in de kerk, maar als zangeres en pianiste ging ze pas rond 1917 geld verdienen. Ze begeleidde in rag-stijl stomme films in de bioscoop en speelde in plaatselijke clubs, waar ze bekendheid kreeg met dubbelzinnige liedjes. Toen haar broer in 1920 zijn territoryband oprichtte, was Julia de pianiste en vooral dankzij de liedjes die ze zong was de band zo succesvol. Julia bleef hier vijftien jaar, in die periode maakte ze enkele opnames voor Merritt, met Jesse Stone. Ze begon in 1935 een solo-carrière, maar kreeg pas in 1944 een platencontract bij Capitol Records. Voor deze maatschappij scoorde ze een aantal flinke rhythm & blues-hits, zoals “Gotta Gimme Whatcha Got”, “Snatch and Grab It” (1947, 500.000 verkochte exemplaren), “King Size Papa” (1948), “I Didn’t Like It the First Time (The Spinach Song)” en “My Man Stands Out”. Zoals de titels laten zien, waren het dubbelzinnige, ondeugende liedjes over sex. Ook zong ze over drugs, zoals cannabis, bijvoorbeeld in de song “Marijuana”, een lied gecomponeerd door Sam Coslow voor de film Murder at the Vanities. Lee nam dit nummer drie keer op, waaronder één keer voor het label Premier Records. De musici die haar begeleidden waren onder meer Jay McShann, Vic Dickenson, Benny Carter, Red Norvo, Nappy Lamare en Red Nichols. Na 1949 scoorde Julia Lee geen hits meer, maar ze bleef een populaire zangeres in haar geboorteplaats tot haar overlijden. Op 8 december 1958 overleed ze aan de gevolgen van een hartaanval. Op de leeftijd van 56 jaar.

Deel dit item met je vrienden

Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on print
Print