Joseph Cotten – in heaven

Deze post is 14 keer bekeken.

Joseph Cotten (15 mei 1905 – 6 februari 1994) was een Amerikaans film en toneel acteur. Joseph Cotten werd geboren als Joseph Cheshire Cotten, Jr. in Petersburg, Virginia, op 15 mei 1905 in een welgestelde zuidelijke familie. Hij was de oudste van drie zonen van Sally Whitworth (Willson) en Joseph Cheshire Cotten, Sr., een assistent-postbeambte. otten studeerde acteren aan de Hickman School of Expression in Washington, DC en werkte daarna als reclameagent. Maar tegen 1924 probeerde hij in New York te acteren. Zijn geldmogelijkheden waren beperkt tot de expediteur, en na een jaar van poging tot toneelwerk vertrok hij met vrienden, op weg naar Miami. Daar vond hij een verscheidenheid aan banen: strandwacht, verkoper, een stint als ondernemer – het maken en verkopen van ‘Tip Top Potato Salad’ – maar belangrijker nog, dramacriticus voor de Miami Herald. Dat leidde blijkbaar tot optredens in toneelstukken in het Miami Civic Theatre. Via een connectie bij de Miami Herald slaagde hij erin een baan als assistent-toneelmeester te krijgen in New York. In 1929 was hij verloofd voor een seizoen in het Copley Theatre in Boston, en daar kon hij zijn acteerervaring uitbreiden en speelde hij in 30 toneelstukken in een breed scala aan rollen. In 1930 maakte hij zijn debuut op Broadway. In 1931 trouwde Cotten met Lenore LaMont (gewoonlijk bekend als Kipp), een pianist, gescheiden met een vierjarige dochter. Om zijn inkomen als acteur te vergroten halverwege de jaren dertig, nam Cotten naast zijn theaterwerk ook radioshows op. Bij een auditie ontmoette hij een ambitieuze, beginnende acteur/schrijver/regisseur / producer met een missie om naam te maken: Orson Welles.​ Cotten was 10 jaar ouder dan hij, maar de twee vonden een verwante geest in elkaar. Hij werd vrienden met Orson Welles en in 1937 werd hij lid van zijn Mercury Theatre, waar onder andere ook Agnes Moorehead lid van was. Met het Mercury Theatre speelde hij onder andere in Julius Caesar en Shoemaker’s Holiday, en in Welles’ eerste korte film, Too Much Johnson uit 1938. In 1939 verliet hij het Mercury Theatre kortstondig en keerde hij terug naar Broadway, waar hij naast Katharine Hepburn speelde in het stuk The Philadelphia Story. In 1941 maakte hij zijn filmdebuut als Jed Leland in Citizen Kane van Welles, die een contract had getekend bij RKO. Met Welles maakte hij nog verscheidene andere films, waaronder The Magnificent Ambersons uit 1942. Ze speelden samen en schreven samen het script voor Journey Into Fear (1943), en speelden naast elkaar in The Third Man van Carol Reed uit 1949. De twee bleven vrienden tot de dood van Welles in ’85. In de jaren veertig en begin van de jaren vijftig speelde hij grote rollen in verscheidene films. Zo speelde hij in verscheidene thrillers en films noirs, waaronder een seriemoordenaar in Shadow of a Doubt van Alfred Hitchcock uit 1943, maar speelde hij ook hoofdrollen in romantische films. Voor zijn rol in Portrait of Jennie van David O. Selznick uit 1948 kreeg hij een prijs voor Beste Acteur op het Filmfestival van Venetië. Gedurende de jaren vijftig speelde hij in mindere filmrollen. Hij was wel succesvol op televisie. Zo was hij onder andere regelmatig te zien in de serie “Alfred Hitchcock Presents” en speelde hij vanaf 1956 in de serie “On Trial”, waarvan later de naam werd veranderd in “The Joseph Cotten Show”. In 1958 had hij een cameo in Touch of Evil van Welles. Zijn autobiografie Vanity Will Get You Somewhere verscheen in 1987. Cotten is tweemaal getrouwd geweest, met Lenore Kipp van 1931 tot haar dood in 1960, en met actrice Patricia Medina van 1960 tot zijn dood in 1994. Cotten stierf in 1994 op 88-jarige leeftijd aan een longontsteking.

Deel dit item met je vrienden

Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on print
Print