Enrique el Mellizo – in heaven

Deze post is 489 keer bekeken.

Francisco Antonio Enrique Jiménez Fernández, bijgenaamd “Enrique el Mellizo” (el mellizo = de tweeling), werd in een zigeunergezin in Cádiz geboren op 1848. Hij overleed in 1906. Anders dan zijn naam deed vermoeden was hij geen helft van een tweeling; dat was nl. zijn vader. Hijzelf was een buitenechtelijk kind. Hij trouwde met Ignacia Espeleta y Ortega, een vrouw afkomstig uit een flamenco zang familie met een groot verleden. Ze kregen drie kinderen die alle drie de zangkwaliteiten van hun vader erfden. Antonio, de oudste, kreeg, naast zijn encyclopedische kennis van flamenco, ook de naam van zijn vader mee. Enrique, ook bekend als “Hermosilla” en “El Morcilla” zong maar een paar stijlen, maar deed dat wel uitstekend. Carlota, de dochter, stierf jong maar was wel bekend als een geweldig saeta zangeres. Malagueñas werden populair, ook buiten de streek van Málaga. Zo ook door Enrique el Mellizo, die er een andere “aire” aan gaf i.v.m. zijn “afilla”-stem. Malagueña was eigenlijk een stijl die niet door zigeuners gezongen werd; het was immers geen zigeunerzang. Enrique zorgde voor een doorbraak door de malagueñas met zijn afilla-stem te zingen en er zo een veel dieper flamencogevoel aan te geven. Hij kan ook gezien worden als de ontdekker van Antonio Chacón; nadat hij Antonio had horen zingen overtuigde hij diens ouders ervan om hem in de Cafe’s Cantante in Cádiz te laten zingen. Zelf deed Enrique dat uiteindelijk maar af en toe en weigerde om een professioneel zanger te worden. Sporadisch trad hij op in cafés cantantes in Cádiz, zoals “La Jardinera”, “El Perejil” en “La Filipina”. Zo kwam hij ook vrijwel nooit buiten de Cádiz-regio. Enrique was een “puntillero” (helper van een stierenvechter) van de stierenvechter en dierbare vriend Manuel Hermosilla en daarnaast slager van beroep, een vak dat hij zijn hele leven uitoefende in het abbatoir in Cádiz. Voorheen was hij banderillero in de groep van de stierenvechters El Lavi en El Marinero. Door te zingen in de Cafe Cantantes in Cádiz verdiende hij erg geld bij. Hij had de reputatie een vreemd man te zijn die last had van depressies en in die periodes zich terugtrok uit het openbare leven. Hij werd algemeen erkend voor zijn geweldig mooie zang, hoewel hij nooit een LP maakte. Hij werd vergeleken met iemand als Chopin in de klassieke muziek. Toen Manuel Torre hem voor het eerst hoorde zingen, huilde hij en wilde zelfmoord plegen: dit kon hij niet verbeteren. Hij zong alle palos en deed die allemaal even goed, hoewel hij vooral uitblonk in de malagueñas. Het verhaal gaat dat Enrique, teleurgesteld in de liefde, zich terugtrok en in een kerk naar een mis ging luisteren. Geraakt door de gezongen gebeden van de priester (waarbij de priester een regel “zingt” en de kerkgangers reageren met een samengezongen antwoordregel) verwerkte hij die aire in een malagueña en zo ontstond er een eigen stijl. Soms als herinnering aan zijn persoonlijke stijl zingt men tegenwoordig nog wel eens een gebedel voorafgaande aan de malagueñas. Het doet nogal eens denken aan de Gregoriaanse gezangen in de kerk. Hij wordt gezien als degene die de malagueñas als eerste vrij-in-compás zong. Vooral voor de Cádizstijlen heeft hij erg veel betekend: 3 vormen van de Soleá de Cádiz werden vrijwel door hem gecreëerd daarbij geholpen door Paquirri el Guanté en hij werd genoemd als de zanger die een niet dansbare Alegrías de Cádiz (die ooit geboren was als juist een dansbare vorm) zong en ontwikkelde een Tangos. In de overlevering wordt hij genoemd als de maker van de tiento, hoewel dat ook door anderen ontkend wordt; zij zijn van mening dat Diego “el Marruro” de bedenker van de tientos is geweest. Hij werd ook bekend als saeta-zanger. De buurt kende hem voor zijn zang als de processie in de semana santa langstrok en hij vanaf zijn balkon een saeta ten gehore bracht. Hij wordt gezien als de bedenker van de saeta por seguiriyas en ontwikkelde sowieso een tweetal persoonlijke seguiriyasstijlen. Op 58-jarige leeftijd overleed hij aan de gevolgen van tuberculose. In 1973 is er in Cádiz een peña flamenca gesticht met zijn naam.

Deel dit item met je vrienden

Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on print
Print