El Habichuela – in heaven

Juan Carmona Carmona (12 augustus 1933 – 30 juni 2016) was een Spaanse zigeuner flamenco gitarist. Juan werd geboren op 12 augustus 1933 in de arme wijk “Cuesta de la Cava” bij het Albaycín in Granada. Hij behoorde tot een uitstekende flamencodynastie, begonnen door zijn grootvader, bekend als “Habichuela el Viejo”, en voortgezet door zijn vader, José Carmona, en zijn drie broers, José Antonio Carmona “Pepe Habichuela” (1944), Carlos en Luis, allemaal flamencogitaristen. Juan begon zijn podiumcarrière onder druk van de wens van zijn vader als flamencodanser in de grotten van het Sacromonte met Mario Maya. Daar danste hij in de namiddag en vroege avond om vervolgens door te gaan naar het hotel Alambra Palace waar hij ’s avonds / ’s nachts danste. Zijn vader, José Carmona Fernández, was eveneens een flamencogitarist. Die speelde op straat op zijn gitaar en Juan danste erbij. Vervolgens ging hij rond met een hoed; dat was vlak na de burgeroorlog. Vervolgens ging hij zich toeleggen op gitaar spelen, met name als dansbegeleider. Hij kreeg zijn eerste lessen van zijn vader en Juan Hidalgo Gómez “El Ovejilla”. Hij beleefde zijn debuut in het tablao “la Zambra” in Granada. Op zijn 17e jaar trad hij op in het Madrileense tablao “El Duende” waar ook alle bekende sterren van die tijd kwamen. Vandaar ook de titel van zijn eerste eigen CD: “De la zambra al duende”. Hij trad ook op in het tablao “Torres Bermejas” in Madrid. Hij bracht zijn periode in militaire dienst door in Barcelona waar hij ook zijn eerste plaatopnames afrondde als begeleidingsgitarist van Rafael Farina, Jarrito en Fosforito. Na afloop van zijn militaire dienst keerde hij naar Madrid terug en nam daar een groot album op samen met niemand minder dan Manolo Caracol. Hij nam de artiestennaam van zijn vader over (José Habichuela). Na enige tijd werd hij de vaste gitarist van Fosforito. In 1974 won hij de prijzen “premio de guitarra del Concurso Nacional de Arte Flamenco de Córdoba” en “Premio Nacional de Guitarra de la Cátedra de Flamencología de Jerez”. In 1999 nam hij zijn eerste eigen album op: “Juan Habichuela, de la Zambra al Duende” op drie jaar later gevolgd door “Campo del Príncipe” (2002). In 2006 nam hij samen met Antonio Pitigo het zeer succesvolle – en minder flamenco album “Pitingo con Habichuela” op. In 2007 vervolgde hij zijn weg met de CD “Una guitarra en Granada”. In 2008 won hij met deze CD de Latijnse Grammy Award voor het beste flamencoalbum; algemeen werd deze Grammy gezien als een beloning voor zijn hele carrière in plaats van voor zijn CD. Hij ging met pesioen. Vanwege zijn verdienste als flamenco-artiest ontving hij in februari 2011 de zilveren medaille van verdienste van de stad Granada, “Medalla de Plata al Mérito por Granada”. Hij was de vader van Juan José Carmona Amaya “El Camborio” (1960) en Antonio Carmona Amaya (1965), die samen met José Miguel Carmona Niño “Josemi” (zoon van zijn broer Pepe Habichuela) deel uitmaakten van de succesvolle flamenco-fusion muziekgroep Ketama. Carmona overleed op 30 juni 2016 in Madrid na een lange strijd tegen de ziekte, op de leeftijd van 83 jaar. Hij had al jaren een goedaardige, inoperabele, tumor in zijn linkeroor en dat hindert hem wel; bijv. bij het horen van de zanger die hij begeleidt of bij het stemmen van de gitaar. Het tastte ook zijn geheugen aan omdat het gezwel tegen zijn hersenen aan drukte.



This post has been seen 112 times.

Deel dit item met je vrienden

WhatsApp
Facebook
Twitter
LinkedIn
Print