Duke Ellington – in heaven

Deze post is 597 keer bekeken.

Edward Kennedy (Duke) Ellington (Washington D.C., 29 april 1899 – New York, 24 mei 1974) was een Amerikaans jazzpianist, orkestleider en componist. Ellington werd geboren als zoon van de ober kelner James Edward Ellington, die ooit in het Witte Huis werkte en daarna een cateringservice dreef. Zijn vader probeerde de kinderen op te voeden zoals dat in die dagen in een burgerlijke middenstandsfamilie gebruikelijk was. Zijn eerste pianolessen kreeg de jonge Ellington op zevenjarige leeftijd van zijn moeder Daisy Kennedy Ellington. Aanvankelijk had hij er weinig plezier in en werden de lessen gestaakt, maar toen hij op veertienjarige leeftijd de pianist Harvey Brooks had horen spelen ontvlamde zijn interesse. Vanwege zijn deftige verschijning werd hij door zijn klasgenoten al in zijn jeugd “Duke” (hertog) genoemd. Zijn carrière als professioneel musicus begon toen hij zeventien jaar oud was. Op vierentwintigjarige leeftijd ging hij met zijn vriend Arthur Whetsol naar New York en sloot zich aan bij de groep van Elmer Snowden, the Washington Black Sox. Na problemen met Snowden werd Ellington tot de nieuwe leider van de band gekozen, inmiddels “The Washingtonians” geheten. Ze speelden in verschillende clubs en toerden tot 1927 als dansorkest door New England. Toen de destijds beroemde King Oliver te veel geld vroeg voor de Cotton Club (New York), kon Ellington daar met zijn band als huisorkest komen werken. Als “Duke Ellington and his Jungle Band” verwierf hij nationale bekendheid door de vele radio uitzendingen die vanuit deze club in Harlem gemaakt werden. In deze periode was Ellington in de gelegenheid vele verschillende stijlen uit te proberen. Hij experimenteerde in zijn composities veel met tonaliteit, met trompet geschetter, met dempers en met grommende saxofoons (Jungle Style). Toen Ellington in 1931 vertrok bij de Cotton Club was hij een van de bekendste Afro-Amerikanen; hij produceerde veel werk voor platenfirma’s en filmstudio’s. Hij toerde met zijn band door de VS en door Europa. In de jaren zestig maakte hij een wereldtournee. Zijn hele leven bleef hij experimenteren en werkte hij samen met de meest vooruitstrevende musici van zijn tijd zoals John Coltrane en Charles Mingus. Hij bereikte in de jaren veertig met zijn band grote hoogten door speciaal voor iedere stem in zijn orkest te componeren en te arrangeren. Een belangrijke invloed daarbij was zijn vriendschap met de pianist en componist Billy Strayhorn, die in de jaren dertig tot de band was toegetreden. Het stuk Take the A Train dat vaak aan Ellington wordt toegeschreven werd in feite door Strayhorn gecomponeerd. Toen de populariteit van de Swing afnam en zijn bandleden andere wegen gingen bleef Ellington nieuwe vormen vinden die hij met gelegenheidsmuzikanten ten uitvoer bracht. In zijn late werk componeerde hij veel lange stukken waarbij hij zich op de klassieke muziek oriënteerde, zoals Black Brown and Beige (1943) of Such Sweet Thunder (1957) dat gebaseerd is op William Shakespeare. Hij maakte een Bigband versie van de Peer-Gynt-Suite (1960). In 1956 maakte hij een comeback doordat er een live-optreden op de plaat verscheen van zijn compositie Diminuendo and Crescendo in Blue. Dit werk was een combinatie van twee oudere stukken (Diminuendo in Blue unden Crescendo in Blue) en werd met een bijzonder lange tenorsaxofoon solo uitgevoerd door Paul Gonsalves op het Newport Jazz Festival. Critici vonden soms dat Ellington in zijn lange composities het wezenlijke van de jazz ten gunste van een kunstmatige klassieke muziek had opgegeven. Duke Ellington stond bekend om zijn ijdelheid en zijn autoritaire manier van omgaan met de bandleden en met zijn familie. Zo verbood hij zijn zus om zonder begeleiding het huis te verlaten. Zijn zoon bevestigde dat Ellington met harde hand regeerde. In 1965 werd Ellington voor de Pulitzer-prijs genomineerd, die hij echter niet won. Zijn ironische commentaar daarop was dat het lot hem welgevallig was omdat het ervoor zorgde dat hij niet te vroeg beroemd zou worden. President Nixon reikt de Presidential Medal of Freedom uit aan Duke Ellington (1969). Op 24 april 1969 kreeg Ellington voor zijn oeuvre de Presidential Medal of Freedom uit handen van president Richard Nixon. In 1973 werd hij opgenomen in het Franse Legioen van Eer. Duke Ellington stierf op 24 mei 1974 aan een longontsteking op de leeftijd van 75 jaar. Hij werd begraven op het Woodlawn Friedhof in de Bronx in New York. In 1997 werd er een door de beeldhouwer Robert Graham gemaakt beeld opgericht ter nagedachtenis aan Ellington in het Central Park ter hoogte van de kruising van de Fifth Avenue en de 110th Street. In zijn geboorteplaats Washington D.C. bestaat er een school, de Duke Ellington School of the Arts, die getalenteerde leerlingen op een carrière in de kunst voorbereidt.

Deel dit item met je vrienden

Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on print
Print