Juliano Mer-Khamis – in heaven

Juliano Mer-Khamis (29 mei 1958 – 4 april 2011) was een Israëlische en Palestijnse acteur, regisseur, filmmaker en politiek activist van Joodse en Palestijnse oosters-orthodoxe christelijke afkomst. Juliano Khamis (later Mer-Khamis) werd geboren in Nazareth, de zoon van Arna Mer-Khamis, een voormalige Palmach-strijder en Saliba Khamis een Israëlische Arabier van oosters-orthodoxe Palestijnse christenen. Hij had twee broers. Zijn vader verliet hun huishouden toen hij 10 jaar oud was. Hij ging naar school in Haifa. Zijn nicht is de Palestijnse hiphopzangeres Shadia Mansour. Mer-Khamis’ eerste film, The Little Drummer Girl, was een Amerikaanse thriller uit 1984. Hij speelde in de film Za’am V’Tehilah (1985). Later verscheen hij in Israëlische films als 51 Bar (1985), Wedding in Galilee (1987), Tel Aviv Stories (1992), Zohar (1993), Under the Domim Tree (1994), Overture 1812 (1997). Hij verscheen in verschillende films van Amos Gitai: Kedma (2002)Esther (1986), Kippur (2000). In 2002 werd Mer-Khamis genomineerd voor de Ophir Award voor Beste Acteur voor zijn rol in Kedma. Een van de laatste films waarin hij verscheen was de Palestijnse film Salt of this sea (2008), die werd genomineerd voor een Academy Award voor Beste Buitenlandse Film. In 2003 produceerde en regisseerde hij zijn eerste documentaire, Arna’s Children, samen met Danniel Danniel. In 2011 trad hij toe tot de faculteit van de Academy of Performing Arts in Tel Aviv, waar hij tot aan zijn moord acteer les gaf. Mer-Khamis’ eerste huwelijk was met Misjmesh Uri, met wie hij een dochter had. Op het moment van zijn dood was Mer-Khamis getrouwd met Jenny Nyman, een Finse vrouw die administratief en fondsenwervend werk deed voor het Jenin-theater. Ze kregen drie zonen. Khamis zag de geboorte van een zoon, maar werd vermoord terwijl zijn vrouw zwanger was van hun tweeling. Ze beviel een maand na zijn dood van de tweeling en verhuisde naar Haifa om ze op te voeden. Mer-Khamis werd neergeschoten door gemaskerde schutters toen hij het theater verliet dat hij in Jenin had opgericht. Hij was net begonnen weg te rijden in zijn Citroën, met zijn zoontje Jay op schoot, toen een gemaskerde schutter uit een nabijgelegen steegje tevoorschijn kwam en hem vroeg te stoppen. De babysitter die bij hen was, adviseerde hem om door te rijden, maar hij stopte en werd vijf keer beschoten. Hij werd met spoed naar het ziekenhuis van Jenin gebracht, waar hij na zijn aankomst op 4 april 2011 op 52 jarige leeftijd dood werd verklaard. Op 19 april 2011 meldde Adnan Dameery, woordvoerder van de Palestijnse veiligheidstroepen, dat DNA-tests de enige aangehouden verdachte hadden vrijgesproken en dat de moordenaar nog steeds op vrije voeten was. 

Deel dit item met je vrienden

WhatsApp
Facebook
Twitter
LinkedIn
Print